Deze website maakt gebruik van functionele cookies. Klik hier voor meer informatie.
Akkoord
  1. De meeste moslims zijn heel aardige mensen

    Vrijdag 14 juni 2024
    • *

    Ds. Lourens Geuze was nog maar negentien toen hij naar Israël afreisde om daar bijna tien jaar te wonen en werken. Tijdens zijn verblijf ontmoette hij Messiasbelijdende Joden, Palestijnse moslims en Arabische christenen. In deze jaren kreeg hij een uniek inkijkje in drie religieuze groeperingen in het Heilige Land en kwam hij navolgers van Jezus tegen in elke groep. Deze ervaringen deelt hij in zijn vorig jaar verschenen boek: ‘Jezus volgen in het Heilige Land’. Als tiener had Geuze maar weinig met Israël, maar tóch zou hij er wel terechtkomen. Hoe dat kwam, vertelt hij in gesprek met Cvandaag. Ook deelt Geuze bijzondere ontmoetingen die plaatsvonden aan de keukentafel en licht hij toe waarom hij de meeste moslims aardige mensen vindt.


    Op negentienjarige leeftijd reisde u af naar Israël. Waarom?

    “Het was in het laatste jaar van mijn studie dat ik heel nadrukkelijk dat vers ‘Ga naar het land dat ik u zenden zal’ uit Genesis op mijn hart kreeg. Dat was voor mij heel verrassend, want ik was eigenlijk van plan om een vervolgopleiding te gaan doen (Geuze volgde toen de MBO-studie evenementenbeheer, red.). Het was helemaal mijn bedoeling niet om naar het buitenland te gaan, maar ik besloot toch om serieus met die Bijbeltekst aan de slag te gaan. In de periode daarna merkte ik bij mijzelf dat er steeds meer liefde voor Israël en het Midden-Oosten ontstond.

    "Ik groeide op in een Israël-minded gezin en als tiener verzette ik mij daar behoorlijk tegen"

    Je zou dat best opmerkelijk kunnen noemen want Geuze moet als tiener aanvankelijk niet zoveel van Israël hebben. “Ik groeide op in een Israël-minded gezin en als tiener verzette ik mij daar behoorlijk tegen. Iets wat misschien herkenbaar is voor veel mensen als je van huis uit die Israël-liefde met de paplepel ingegoten krijgt. Sowieso druis je als tiener misschien wat sneller tegen in tegen datgene waar je ouders voor staan en belangrijk vinden.”


    Die Bijbeltekst uit Genesis keert zo vaak in zijn hoofd terug, dat hij op een gegeven moment besluit om ervoor te bidden. “Ik zei tegen God: als U het echt wil dat ik naar Israël ga, kunt U mij dan een mogelijkheid geven? Toen ik terugkwam van vakantie, lag er een nieuwsbrief van de Messiaanse gemeente uit Haifa op de mat. Ze waren op zoek naar vrijwilligers die konden helpen bij allerlei activiteiten. Dat sloot uitstekend op mijn profiel aan (in de jaren daarna studeerde bedrijfskunde en uiteindelijk theologie, red.) De zondag daarop ging ik naar de kerk en tijdens de dienst werd er precies over die tekst uit Genesis gepreekt. Toen ik na de dienst thuiskwam, was mijn vader heel overtuigd: ‘Je moet gaan, zoon.’ Achteraf denk ik dat bijzonder was dat ik op 19-jarige leeftijd zo’n duidelijke roeping had om te gaan.”


    Na die bijzondere kerkdienst, besluit Geuze contact op te nemen met de Messiaanse gemeente in Haifa. “Ik meldde mij aan maar vanwege de oorlog met Hezbollah (het is dan 2006, red.) konden ze mij op dat moment niet als vrijwilliger accepteren. Maar ik was zo overtuigd van mijn roeping dat ik moest gaan dat ik besloot om mij aan te melden voor een ander project in Jeruzalem. Van daaruit ben ik een paar maanden later alsnog bij de Messiaanse gemeente in Haifa terechtgekomen.”

    "Ik was op de plek waar al 4000 jaar lang zoveel om te doen is, waar al zoveel oorlogen om gevoerd zijn en waar alle religies samenkomen"

    Hoe beleefde u die eerste periode na uw verhuizing naar Israël?

    “Dat was overweldigend. Ik weet nog dat ik tijdens de eerste dag dat ik in Jeruzalem was de bus pakte en foto’s zag hangen van mannen, vrouwen en kinderen die een half jaar eerder bij een zelfmoordaanslag omgekomen waren. Dat maakte natuurlijk heel veel indruk. Die busrit bracht mij in de Oude Stad van Jeruzalem en ik zag de Klaagmuur, de Rotskoepel en de Olijfberg voor het eerst. Ik was op de plek waar al 4000 jaar lang zoveel om te doen is, waar al zoveel oorlogen om gevoerd zijn en waar alle religies samenkomen. Dat maakte het ook dat ik het fascinerend vond om in Israël te werken.”

    Met welk doel ging u aan de slag bij de Messiaanse gemeente in Haifa?

    “Ik ben er niet zozeer met het idee naar toegegaan dat ik er iets moest ‘brengen’, maar juist om iets te leren. Wat ik heel bijzonder vond, en dat gebeurde vooral in mijn eerste jaren, is dat ik allerlei Joden ontmoette die tot geloof gekomen waren in Jezus vanuit een seculiere achtergrond. Dat was nieuw voor mij. De meeste christenen die ik in Nederland kende, waren al met het geloof grootgebracht. Eén van de Messiasbelijdende Joden die ik ontmoette is inmiddels uitgegroeid tot één van mijn beste vrienden. Ook hij had een seculiere achtergrond. Met hem mocht ik de afgelopen 15 jaar optrekken en is er een echte broederband ontstaan. Dat was een bijzonder voorrecht. Om eerlijk te zijn zag ik mijzelf nooit zozeer als een evangelist, maar meer als iemand die mocht oplopen met mensen die tot geloof gekomen waren. Ik heb God aan het werk gezien onder moslims en Joden in het Midden-Oosten, maar ook via kerkmensen maak(te) Hij Zichzelf bekend.”

    Vanuit uw jeugd bent u gepokt en gemazeld met het christelijk geloof. Hoe voorkwam u dat u wellicht de rol zou aannemen van een westerse christen ‘die alles weet’?

    “Ik denk met name door een lerende houding aan te nemen. De kernwoorden bij Near East Ministry (de stichting waarvoor Geuze in Israël actief was en momenteel werkt als teamleider M-O, red.) zijn: dienen, leren en bidden. Dat heb ik ook echt geprobeerd in de praktijk te brengen. Er waren wel eens lokale gelovigen die tegen mij zeiden: ‘Jij hebt veel Bijbelkennis! Kan je me helpen om ook die kennis te krijgen?’ Maar om eerlijk te zijn heb ik waarschijnlijk meer van de mensen daar geleerd dan zij van mij.”

    "Ik proefde bij volgelingen van Jezus uit de islam of het jodendom een radicaliteit die wij als westerse gelovigen nog wel eens missen"

    Kan u daar een voorbeeld van geven?

    “Of het nu volgelingen van Jezus vanuit de islam of het jodendom waren: ik proefde een enorme radicaliteit, en dan in de goede zin van het woord. Een radicaliteit die wij als westerse gelovigen nog wel eens missen. Ook als het gaat om keuzes die je maakt. Voor de mensen die ik ontmoette stond één ding vast: ze wilden alleen trouwen met iemand die het geloof in Jezus deelt, ook als dat betekent dat iemand een andere taal spreekt of uit een andere cultuur afkomstig is. Als ik dan naar de Europese context kijk, zie ik juist dat veel christenen met niet-christenen trouwen. Dat is voor hen een absolute no-go. Diezelfde radicaliteit proefde ik ook in de manier waarop ze hun kinderen opvoeden en naar welke school ze hen sturen.”

    In uw boek schrijft u dat u met Arabische christenen sprak die zaken met u deelden die ze zelfs niet met eigen vrienden of familie zouden delen. Kan u een voorbeeld noemen?

    “De achtergrond daarvan is dat het hele concept van vertrouwelijkheid niet bestaat in het Midden-Oosten. Ook niet onder ambtsdragers of predikanten. Het is zelfs discutabel te noemen of het ambtsgeheim in het Midden-Oosten wel bestaat. Over het algemeen delen mensen niets met hun voorganger wat persoonlijk is, want dat kan morgen zomaar op straat liggen. Een buitenstaander daarentegen wordt sneller vertrouwd, ook omdat hij of zij niet de connecties heeft die een lokale voorganger of ambtsdrager wel heeft. Wat ze mij vertelden? Wat mij opviel is als dat als je een week of maand in Israël bent, dat het vaak over de politieke zaken gaat. Ben je er een langer dan maand, dan delen mensen pas écht wat er speelt in hun leven. Dat kan van alles zijn: van het zoeken van een huwelijkspartner tot aan de school die je kiest voor je kinderen.”

    "Er zijn momenten geweest dat er stenen naar mijn auto werden gegooid"

    Tijdens uw verblijf bent u ook veel in de Palestijnse gebieden geweest. Heeft zich wel eens bedreigd of onveilig gevoeld?

    “Ik heb ook op de Westelijke Jordaanoever gewerkt en daar wel het nodige meegemaakt. Er zijn momenten geweest dat er stenen naar mijn auto werden gegooid. Dan voel je je best onveilig, ja. Maar wat ik misschien nog het spannendst vond waren de gesprekken die ik er voerde met Palestijnen. Zeker als iemand dan tijdens zo’n gesprek iets heel anders zegt dan men in de gemeenschap gewend is. Ik maakte dat een keer mee met een Palestijnse jongen die doodleuk vertelde dat hij naar Tel-Aviv geweest was en daar, tijdens een ontmoeting- en verzoeningsconferentie,voor het eerst Joden ontmoet had. ‘Eigenlijk zijn het hartstikke aardige mensen en ze vielen mij alles mee!’, zei hij. Daarna antwoordde iemand: ‘Misschien is het beter als je nu maar je mond houdt.’ Ik vind het prachtig als iemand de moed heeft om dat in zo’n gesprek te delen, maar in hoeverre breng je iemand in gevaar door hem of haar de zo de ruimte te geven? Dat aspect vond ik wel heel lastig. Je wil enerzijds bruggen bouwen, maar anderzijds moet je ook nadenken wat wel of niet verantwoord is.”


    Geuze vertelt dat hij veelvuldig bij moslims over de vloer kwam om een hapje mee te eten. “In die gesprekken die ik dan aan de keukentafel voerde, werden er soms wel eens dingen gezegd waar je je als westerling geen raad mee wist of die echt niet door de beugel kunnen. Ook wat er dan bijvoorbeeld gezegd werd over Joden of de staat Israël. Hoe reageer je daar dan op, ook nadenkend over hoe je zelf nog veilig weg kunt komen? En wie ben ik om een ander in zijn eigen huis terecht te wijzen? Achter die boosheid schuilt vaak een enorme pijn, en daar probeer je oog en oor voor te hebben."

    "De grootste les die ik heb geleerd is dat moslims uiteindelijk hartstikke aardige mensen zijn"

    Wat is de grootste les die u heeft geleerd in die jaren dat u op de Westbank werkte?

    "Ik denk niet dat iedereen dat mij in dank zal afnemen, maar dat moslims uiteindelijk ontzettend aardige mensen zijn. Ook ik had mijn vooroordelen over hen, en misschien ook een bepaalde angst. Maar als ik kijk naar de Palestijnse studenten die ik les gaf en de talloze maaltijden waarvoor ik uitgenodigd werd, dan zijn moslims hartstikke aardige mensen. De meesten zijn echt niet zo radicaal, maar kunnen dat wél worden. Na zeven oktober zegt het overgrote merendeel van de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever dat ze achter Hamas staan. Dat kan ik aan de ene kant maar moeilijk geloven als ik met diezelfde mensen spreek of aan tafel zit en er wederkerig respect is. Maar aan de andere kant heb ik ook een Arabische vriend die de ene dag vol lof over Israël is en zegt dat de Arabieren daar het beste af zijn, om vervolgens de volgende dag de meest lelijke dingen te zeggen over de Joden. Dat ik als westerling dacht: ‘Wat is het nou?’ In het Midden-Oosten kunnen zulke contrasterende gedachten klaarblijkelijk naast elkaar bestaan.”

    "Ik ben ervan overtuigd dat je ook binnen een islamitische of Joodse context een volgeling van Jezus kunt zijn"

    U schrijft in het boek dat ook mensen met een Joodse of islamitische achtergrond een volgeling van Jezus kunnen zijn. Kunt u dat toelichten? Mensen kunnen toch alleen volgeling van Jezus zijn als ze tot het christendom bekeerd zijn?

    “In het verleden is er altijd gedacht dat als heidenen tot geloof kwamen ze zich dan ‘automatisch’ om christen te zijn tot het protestantisme of het katholicisme moesten bekeren. Maar binnen de missiologie is in de laatste 30 jaar een ontwikkeling gaande waarbij we de vraag stellen of we wel het van een moslim die tot geloof komt moeten vragen of hij of zij alles achter zich laat. De realiteit laat zien dat als een moslim in het Midden-Oosten tot geloof komt en zich aansluit bij een kerk, hij of zij zijn of haar geloof in Jezus niet in een islamitische samenleving kan uitleven. Met als gevolg dat zo’n persoon dan gedwongen is om naar Europa of Amerika te verhuizen.


    Binnen de missiologie is er nu een ontwikkeling gaande waarin we zeggen dat het eigenlijk vele malen beter is als iemand in zijn eigen gemeenschap en familie blijft en zo op die manier Jezus probeert te volgen. Ik ben ervan overtuigd dat je ook binnen een islamitische of Joodse context een volgeling van Jezus kunt zijn.”

    Dit artikel is geschreven door Silvian Bruinstroop van CVandaag.

  1. Activiteiten