Deze website maakt gebruik van functionele cookies. Klik hier voor meer informatie.
Akkoord
  1. Marcelle Zion: "De mensen gaan echt leven voor elkaar"

    Donderdag 14 november 2019
    Marcelle Zion:
    Alfred Muller interviewt maatschappelijk werkster en therapeute Marcelle Zion

    In de eerste jaren na de oprichting van de staat Israël in 1948 was er geen belangstelling voor de ervaringen van degenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Europa waren. Maar later kwam daar verandering in. Nu bestaat er hulp bij de verwerking van de trauma’s. Vrijwilligers, waaronder Nederlandse christenen, bieden hulp en vriendschap aan.

    De Shoah-overlevenden werden gezien als zwak”, vertelt maatschappelijk werkster en therapeute Marcelle Zion. “Mensen vroegen zich af waarom ze zichzelf niet hadden verdedigd. Er was onbegrip. Er was geen aandacht voor hen, want men was bezig met de nieuwe staat. Ondertussen was er ook enorme pijn bij de families die hier in de jaren 20 of 30 van de vorige eeuw al gekomen waren. Hun familieleden die in Europa waren gebleven, kwamen allemaal om.”

    Het proces in 1961 en 1962 tegen de nazi-oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann bracht verandering. Opeens werd er volop aandacht geschonken aan wat de Joden was overgekomen in de Tweede Wereldoorlog. Eichmann werd geëxecuteerd op 1 juni 1962. „De radio zond voortdurend reportages uit over het proces. Iemand vertelde me: ik liep als kind van school naar huis en ik kon alles op de radio horen, want alle ramen stonden open. Het hele land sprak erover.”

    “De Grote Verzoendagoorlog van 1973 leidde ook tot een verandering. Deze liet zien wat het betekent om kwetsbaar te zijn. Die kwetsbaarheid werd in 1948 niet zo besproken. Want uiteindelijk had Israël gewonnen. De socialistische doelstelling was vooruit te kijken en er bestond een noodzaak om het land op te bouwen. In de Zesdaagse Oorlog van 1967 had men helemaal geen oog voor de kwetsbaarheid. Het verdriet over het verlies werd gedragen door individuen. Maar na de Yom Kippoeroorlog kwam er ruimte voor de trauma’s die mensen hadden opgelopen in de Shoah en de Israëlische oorlogen.”

    Elah

    Het eerste initiatief van het Elah-centrum voor psycho-sociale begeleiding was het begeleiden van de mensen die de oorlog hadden meegemaakt. Daarna bleek de noodzaak om als groepen samen te komen. Daaruit vloeide ook het vrijwilligersproject voort, ook het maatjesproject genoemd.

    Maatjes zijn bij Elah vrijwilligers die willen dienen om de professionele staf te helpen. Zij vullen de activiteiten van de maatschappelijk werkers en therapeuten aan met praktische dienstverlening. Een ‘maatje’ is een vrijwilliger. Deze bezoekt bijvoorbeeld de senior om samen koffie te drinken, gaat mee naar de dokter en viert de verjaardag mee. De maatjes en de ouderen komen één uur per week samen, maar in de praktijk loopt dit vaak nogal uit.

    Marcelle Zion vindt het heel fijn als mensen goede contacten krijgen op menselijke basis. Daarbij respecteren ze de godsdienstige verschillen van elkaar. Wat ze heel belangrijk vindt is dat ze ervaringen delen. Ze stellen elkaar vragen als: hoe vier je sabbat? Hoe vier je kerst? Wat is daar belangrijk bij? Wat doe je tijdens het feest? Wat is nou precies de sjofar? Waarom vast je? Uitleggen is prima, de ander bekeren niet.

    Bij elkaar passen

    Ze benadrukt dat ze erg haar best doet om ouderen en maatjes bij elkaar te brengen, die goed bij elkaar passen. “Daar zit een groot stuk van mijn tijd in, maar ik doe het met veel plezier. Je kunt niet zomaar iedereen aan elkaar plakken. Ik vroeg baanbrekers van de NEM (kortverbanders) die hier op vrijdag wilden helpen: “Wat breng jijzelf mee? Waar hou jij van? Een overlevende die van handwerken hield, kreeg altijd vrijwilligers op visite die daar ook van hielden. Of ze kwamen bijvoorbeeld allebei uit Dordrecht. Een vrijwilliger wilde graag voorlezen. We hadden hier een mevrouw die moeite had zelf te lezen. Zij hebben het heel gezellig gehad samen, drie maanden lang.”

    “Ik stuurde ook eens twee personen naar iemand toe. Twee jonge vrouwen gingen naar één oudere. Dat was gezellig en de gesprekken verliepen vlot. Vaak namen ze die mevrouw ook mee naar een terrasje om een kopje koffie te drinken.

    De ouderen willen heel graag horen wat er bij de meiden leeft. We vertellen de vrijwilligers vaak: lees het verhaal van de oudere eerst, want er is een korte biografie beschikbaar. Ze willen niet meer twintig jaar hetzelfde verhaal vertellen.”

    “Ze benadrukt dat ze erg haar best doet om ouderen en maatjes bij elkaar te brengen, die goed bij elkaar passen.”


    “Het is ook heel leuk als er een echtpaar komt. Ze gaan dan als echtpaar naar een ander echtpaar. We hebben hier een echtpaar gehad dat echtparen op bezoek kreeg. De oude dame, die aan het dementeren was, ging dan naar de keuken om koffie te maken voor de gasten. Dat was iets wat ze vroeger altijd deed. En ze heeft die taak nu opeens weer.

    Ze voelde zich weer helemaal gastvrouw. De echtparen zaten vaak samen op het balkon.”

    Groepsbasis

    “Men kan praten op individuele basis en op groepsbasis. Als we woensdags op groepsbasis in het Beth Barth ouderhuis zitten, hoeft iemand maar een half woord te zeggen en iedereen begrijpt het. Het is het deelgenoot maken van ieders achtergrond. Je hoeft niet zoveel dingen uit te leggen. En het is ook het samen plezier maken. Wij als groepsleden en maatjes beleven het leven ten volste. Wij staan niet alleen stil bij het verlies, maar we houden ons ook bezig met de vraag hoe je het leven nu invult.

    Heel vaak hebben we het gevoel dat de ouderen voor elkaar een soort familieleden zijn. Menachem is deel van de gemeenschap. Hij heeft de hele familie in de gaskamers zien gaan. Hij werd door een kapo de rij uitgeslagen naar de rij van de levenden. Die zei: jij moet daar gaan staan. Zijn familieleden zijn er niet meer. De groep is een familie. In het boekje Uitkijken naar woensdag schrijft hij: ”De eerste week dat ik in Beth Barth woonde, heb ik al aangeklopt. Ik zit altijd naast Sonja Pach en klets tussendoor met haar in het Duits en Jiddisj. Meestal begrijp ik de strekking van de verhalen, maar soms moet er voor me worden vertaald en dan lach ik twee minuten later dan de rest.”

    De maatjes doen mee. Ze helpen met het inschenken van de koffie en ze zorgen dat de ouderen goed plaatsnemen. Ze doen ook mee aan de gesprekken en soms leiden ze de gesprekken. De maatjes leren ook vaak de kinderen of de kleinkinderen kennen. Een van hen kwam in Tivon (in Noord-Israël) een kleinzoon in militair uniform tegen. Dan heb je een connectie met de familie. Of iemand van de familie gaat trouwen. Dan heb je daar contact mee. De mensen gaan echt leven voor elkaar.”




    Over Elah



    Elah werd in 1979 voor en door Nederlanders opgericht als organisatie in Israël die therapeutische hulp biedt aan senioren die in de Tweede Wereldoorlog in Europa waren.

    Uit de gesprekken tussen therapeuten en de ouderen bleek dat er behoefte was aan contacten met anderen. Ze hadden de oorlogservaringen gemeen. Vaak hadden ze grote families verloren. Soms hadden ze ook kinderen verloren in de Israëlische oorlogen en soms hadden ze terreuraanvallen meegemaakt. Zij die de oorlog hadden overleefd, waren van plan alles te vergeten. Ze wilden een nieuw begin maken en vooruit kijken. Maar bij het ouder worden kwamen de herinneringen des te sterker terug.

    Een van de doelen van Elah was om de cliënten te helpen vrienden te krijgen. Maar de eenzaamheid bleek een groot probleem. Sommigen hebben families, maar die zijn druk. Die zijn druk bezig met hun eigen leven. Anderen hebben geen familie. Of de familieleden wonen te ver weg. Daarom ontwikkelde Elah groepsactiviteiten. In het seniorenhuis Beth Barth in Jeruzalem komt elke woensdagmorgen een groep bijeen. Sommige deelnemers komen uit Beth Barth, andere wonen elders.

    Maatje-vrijwilligers

    De maatjes blijven twee maanden tot jaren. Soms komen ze terug of ze brengen andere vrijwilligers mee. Ze doen ook mee aan de groepsbijeenkomsten in Beth Barth in Jeruzalem, die Marcelle Zion leidt.

    Één van de Nemmers, Chana, is zowel individueel maatje als maatje bij de groepen. Ze is zeer actief en helpt bijvoorbeeld ook met het doen van boodschappen.




    Marcelle Zion



    Marcelle Zion is maatschappelijk werkster en familietherapeute bij Elah. In 1973 kwam ze naar Israël. “Mijn liefde voor christelijke vrijwilligers kreeg ik van mijn ouders”, vertelt ze. “Ze zijn ondergedoken geweest op verschillende adressen in de Achterhoek. Dat was gevaarlijk voor henzelf en voor de onderduikfamilies. Ze waren ondergedoken bij christenen, die trouwe kerkgangers waren.

    We woonden in Eibergen en we groeiden met christenen op. Ik was te gast bij doopdiensten en huwelijksdiensten. Als kind kende ik zeker vijftien families waar we goede relaties mee hadden.”

    Achttien jaar geleden begon ze te werken bij Elah. Een van de leden van de NEM, Wilma van de Biesebos, werkte daar toen al als maatje.

    “In Jeruzalem zit ik goed wat het vinden van maatjes betreft. Jeruzalem heeft voor christenen een grote aantrekkingskracht.

    Ze willen hier vrijwilligerswerk doen. Er zijn altijd mensen die rechtstreeks of via de NEM contact met mij opnemen.”

    Dit artikel schreef Alfred Muller voor het NEM magazine met als thema 'Dienen' van november 2019.
  1. Activiteiten